Abel Hisken

Al vroeg in mijn loopbaan had ik belangstelling om internationaal werkzaam te zijn. Daartoe heb ik alle kansen aangepakt. Functionele verantwoordelijk dragen voor HR op operaties op alle continenten. Pensioen in USA. Hoe gaat dat? Een General Manager zoeken en aanstellen in Turkije. Een opleidingsinstituut op Bachelor niveau vestigen in Mongolië. Een internationale fusie begeleiden vanuit Duits perspectief. Scholing voor vliegtuigonderhoudsmonteurs regelen in Franstalig België. Binnen een half jaar 5.000 mensen van verschillende nationaliteiten aannemen in Saudi Arabië.  Dan leer je ook waar de Indiërs goed in zijn, de Egyptenaren, de mensen uit de Filippijnen, de Nepalezen etc. Ieder land heeft zo ongeveer zijn eigen specialiteit.

En, welke arbeidsvoorwaarden gelden als je als expat naar het buitenland wordt gestuurd? Home based? Host based? Een mix? En hoe zit het belastingen, koopkracht, pensioen en sociale zekerheid? En toen werd ik zelf gestuurd. Dat is mij 7 keer overkomen, naar 7 verschillende landen, binnen en buiten de EU. Dan begint ook echt de interesse te komen in andere culturen. Niet alleen toegespitst op lokale leefomstandigheden en je eigen aanpassing daaraan, maar vooral ook in de kenmerken van de organisaties in die landen waarin ik werkzaam was. Talenkennis is een voorwaarde, maar vooral de wil om jezelf iedere keer weer opnieuw in de arbeidsmarkt, arbeidswetgeving, organisatie/management en HR systemen van die landen te verdiepen.

En kennis te maken met het gedrag van mensen in een ander land en hoe mensen uit verschillende culturen met elkaar samenwerken. Kennis nemen van onderzoek op dat gebied heeft mij zeker geholpen, met vooral dank aan Dr Geert Hofstede, die ik af en toe nog bij de lokale groenteboer tegenkom. Zijn kennis heb ik mogen uitdragen op verscheidene management seminars in de ondernemingen waarin ik heb gewerkt. Dan wordt ook meer transparant hoe problemen in de communicatie tussen de verschillende nationaliteiten kunnen worden geduid en aangevat.

Het internationale werkterrein heeft mij geleerd mijn Nederlandse perspectief te relativeren, maar ook het gevoel gegeven dat ik een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van mensen en organisaties in landen in ontwikkeling. Dat vraagt, maar levert ook energie, die ik als een kers op de taart ervaar.